
Wetboek van Koophandel
Artikel 423
[1.] De kapitein kan den schepeling in geval van verwijdering van boord zonder zijne toestemming, van niet tijdig terugkeeren aan boord, van dienstweigering, van gebrekkige dienstvervulling, van onbehoorlijk optreden tegen een lid der bemanning of een der andere opvarenden en van ordeverstoring, eene boete opleggen ten bedrage van het naar tijdruimte in geld vastgestelde loon over ten hoogste tien dagen; echter mag de boete nooit meer bedragen dan een derde van dat loon voor den geheelen duur der reis. In een tijdsverloop van tien dagen mag geen hooger bedrag aan gezamenlijke boeten worden opgelegd dan de genoemde hoogste bedragen.
[2.] De oplegging der boete kan voorwaardelijk geschieden.
[3.] Indien de kapitein wegens eenig feit de arbeidsovereenkomst doet eindigen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 677, lid 1, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, kan hij te dier zake niet tevens disciplinaire straf opleggen.
[4.] De bestemming der boeten moet in de arbeidsovereenkomst worden aangegeven. De boete mag noch de zeewerkgever noch de kapitein ten goede komen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.